door Harrie op den Kamp
uit: Weekblad "De Trompetter", wo.2 augustus 2000
Dinsdag 25 juli overleed onverwachts in het Academisch Ziekenhuis te Maastricht de Limburgse zanger en schrijver/ theatermaker Herman Veugelers (62). Na een goed verlopen operatie aan de halsslagader in mei leek Herman weer helemaal de oude. Met veel elan en vitaliteit werkte hij aan nieuwe plannen: een C.D., een roman, een regieopdracht. Aan zijn schier onuitputtelijke creativiteit kwam dinsdag in de vroege morgen abrupt een einde door een fatale hersenbloeding.
Hae haw Limburg gaer
En bleef Obbichtenaer
In dènke in woord en in daad
Uit het Ecrevisselied van Herman Veugelers
Herman Veugelers werd op 18 september 1937 geboren in het Maasdorp Obbicht "op 't Hètje", de mijnwerkerskolonie aan de Bornerweg te Obbicht. Zijn vader was ondergronds mijnwerker, zijn moeder kwam uit een boerengezin. Beiden waren sterk maatschappelijk geëngageerd. Zijn afkomst heeft Herman nooit verloochend. Hij schreef liedteksten en toneelstukken over het zware leven van de "koempels" o.a. voor muziek-theater-produktie Es de wendj zich dreejt (1985) van het Limburgs Toneel. In Obbicht volgde hij de lagere school bij meester Beek die hem de ogen opende voor natuur en milieu. Dit werd -naast de mijnwerker- een tweede belangrijk thema in het werk van Herman. Hartstochtelijk kon hij te keer gaan tegen de aantasting van het landschap, m.n. heeft hij zich ingezet voor het behoud van de Graetheide en het plateau van Margraten. Het Graetheidecomité gaf de L.P. met zijn luisterliedjes Gaape taege eine bakoave uit. Herman volgde in Sittard de Ambachtsschool, werkte op verschillende fabrieken, en begon als 18- jarige een gymnasiale studie te Sittard, die hij voltooide op het kleinseminarie Rolduc. Hij studeerde filosofie, theologie en pedagogiek en was vormingswerker bij de arbeidersjeugd. In de jaren '70 en '80 was hij leraar pedagogiek en methodiek aan de Katholieke Opleidingsschool voor Kleuterleidsters "Clara Fey" (Bemelergrubbe) in Maastricht. Met veel plezier en inzet werkte hij aan deze onderwijsinstelling. Hij beschouwde deze periode als de mooiste van zijn leven. Het deed hem veel pijn toen in 1984 de KLOS opging in de PABO, de latere Hogeschool Maastricht. Hij vreesde niet ten onrechte dat "het jonge kind" zou ondersneeuwen in het nieuwe instituut en werd adviseur van een werkgroep van kritische kleuterleidsters. Toch was hij flexibel genoeg om ook op de Pabo de vernieuwing van het onderwijs te stimuleren. Hij werd zelfs een van de landelijke initiatoren van het nieuwe vak techniek. In Maastricht werkte hij meer dan 25 jaar als opleidingsdocent. Hier leerde hij de Maastrichtenaar door en door kennen. Met plezier schilderde hij het contrast tussen de Maastrichtse en Obbichtse mentaliteit in zijn toneelstuk Caspar en Sebil (1996). Herman was een echte onderwijsman. Hij wilde doceren, anderen laten meegenieten met wat hij waardevol en mooi vond in de kunst en in de natuur. Hij wilde zelf ook altijd leren. Zo verdiepte hij zich in de mogelijkheden van de moderne communicatiemiddelen vanaf de film tot de E-mail en wist deze functioneel toe te passen.

Herman Veugelers bij de opvoering van zijn toneelstuk
"Wie ein vluch wilj gauwze" op 1 juli 1999 (Foto: Studio Janssen)
In zijn VUT-tijd bleef hij actief als kritisch zanger en toneelschrijver.
In zijn woonplaats Limbricht deed men nooit vergeefs een beroep op hem wanneer
men teksten nodig had voor een carnavalsrevue en voor de jaarlijkse toneelopvoering.
Ook was hij vele jaren jurylid bij carnavalsoptochten. Weinigen weten nog dat
Herman zijn podiumoptreden begon als buutreedner. Liefst driemaal behaalde hij
de eerste prijs bij buutkampioenschappen. Later legde hij zich toe op het serieuze
maatschappijkritisch werk. In zijn geboortedorp Obbicht had hij zijn hart verpand
aan de toneelclub "Theater Op de Beek" , waarvoor hij diverse toneelstukken
schreef. Deze vereniging was mede betrokken bij de uitvoering van zijn creatie
WIE EIN VLUCH WILJ GAUWZE, in juli 1999 op de binnenplaats van het kasteel Obbicht.
Kroonprins Willem Alexander was toehoorder bij de première waarbij Herman
als troubadour diverse eigen liedjes zong. Ook had Herman een belangrijk aandeel
bij het totstandkomen van het monument van de overtocht van Willem van Oranje
over de Maas te Obbicht. Hij probeerde iedereen bewust te maken van de diepere
betekenis van het gedenkteken en vol trots troonde hij iedereen die bij hem
op bezoek kwam mee naar Obbicht. Het was voor hem tevens een vredesmonument.
Van hem is het opschrift Gistere blif vandaag // tot alles is geheild. Deze
poort van de vrijheid is nu ook een monument voor Herman Veugelers geworden.
Vermakelijk was zijn aandacht voor de rol van de reub in de Obbichtse historie.
Aan dit volksvoedsel heeft hij een ballade gewijd. Herman voelde zich ook thuis
in de rol van Uilenspiegel. De boodschap en moraal verpakte hij steeds in aansprekende
en ludieke teksten. Zo wist hij een groot publiek te bereiken en bewust te maken
van onderhuids racisme en geweld. We denken hierbij ook aan zijn dialoog tussen
twee Fortuna-supporters die laatstelijk werd opgevoerd in het Sittardse café-chantant
Chez-Zef.
Een meesterstuk was De Heks van Limborgh door Herman geschreven bij gelegenheid van Sittard 750 jaar stad in 1993. Een aanklacht tegen machtsmisbruik van de overheid jegens de vrouw en de zwakkeren in de samenleving. Herman rehabiliteerde met deze dramatisering Entgen Luyten die in 1674 bij een heksenproces op het kasteel Limbricht is omgekomen. Het was een voldoening voor hem te vernemen dat het vorig jaar een straat in Einighausen naar Entgen werd genoemd. Tot in België toe hield hij lezingen over de heksenwaanzin waarvan hij een uitputtende studie had gemaakt. De ondergeschikte positie van de vrouw in kerk en maatschappij is voor Herman altijd een steen des aanstoots geweest. En hiermee noemen we een derde thema in zijn werk: de rol van de vrouw. Velen is het protestlied van de vrouwen uit bovengenoemd Obbichts spektakelstuk tegen het oorlogsgeweld bijgebleven: De mansluuj zulle weite dat vrouwe ouch besjtaon.
Herman was ook een religieus iemand. Hij was actief betrokken bij de vieringen in zijn geliefde parochie Vrangendael te Sittard. Hier voelde hij zich thuis in de gespreksgroepen waar men zich boog over de bijbel. Befaamd waren zijn optredens in de diensten met vastenavond, waarbij hij zichzelf op de gitaar begeleidde. Ook schreef hij diverse eenakters voor parochieavonden en priesterjubilea. Veel ouderen bewaren mooie herinneringen aan de Goede-Vrijdagvieringen in het zorgcentrum De Baenje waar Herman jaarlijks optrad. Ook moet genoemd worden zijn betrokkenheid bij de derde wereld. Alleen intimi weten, dat al de verdiensten van zijn optredens naar pater Carlos Mesters in Brazilië gingen.
De verslagenheid in Obbicht en bij zijn bewonderaars in heel Limburg was groot
bij het bericht van het overlijden van Herman Veugelers. Vooral zijn vrienden
van het Ecrevissecomité, dat hij in 1977 mee hielp oprichten zullen hem
missen. Dit geldt nog meer voor de spelers en medewerkers van het theater Op
de Beek, dat mede door hem groot is geworden. Begin oktober vindt de eerste
reeks opvoeringen plaats van zijn laatste voltooide stuk Es ene kwakkert os
wilt zeen. Herman was bij de laatste vier repetities aanwezig en heeft ontzettend
gelachen en zich verkneukeld over de komische situaties die hij zijn publiek
weer heeft voorgeschoteld. Ook was hij vol lof over de aanpak van de nieuwe
regisseuse. Helaas zal hij de première van dit stuk en de opvoering van
het nieuwe stuk dat hij bijna had voltooid niet meer mogen meemaken. Het binnenkort
te verschijnen herinneringsboek aan het feest van 1999 in Obbicht waarin ook
de tekst van zijn toneelstuk is opgenomen, krijgt door zijn overlijden een andere
dimensie. In 1954 en 1979 speelde Herman zelf de rol van de Obbichtse schrijver
Pieter Ecrevisse (1804-1879) tijdens een openluchtspel dat handelde over diens
leven. Herman was de motor van het Ecrevissecomité. Hij organiseerde
exposities als de legendarische Kiekoscoop (1979) op het kasteel en in 1999
op de basisschool te Obbicht Oranje in 't Törp.
In de jaren '60 en '70 was Herman Veugelers dé Limburgse protestzanger
die bij de ROZ een gewaardeerd podium had. Deze Limburgse omroep bracht bij
haar 30-jarig bestaan de L.P. De Saneringsroute uit met zijn kritische en ironische
liedjes. Hij rekende hiermee af met het geromantiseerde beeld van Limburg dat
de traditionele troubadours gaven. Hits werden: Wo mien mooder mich gelaerd
haet om te laeve, vilt 't laeve om de nondedjuu neet mit en Nölke Sjmeets
wilt renner waere. Hij was het idool van vele kritische jongeren uit de roerige
jaren 60. Ook bij Radio Limburg en het tegenwoordige L1 werd Herman veel gevraagd.
Toneelregisseur Jos Prop noemde hem voor L1- radio een man als de schrijver Louis Paul Boon, die de mensen wilde schoppen tot ze een geweten kregen. Ook Herman Veugelers dwong de Limburgers tot kritisch nadenken en eerlijkheid. Het kan geen toeval zijn dat op de dag van de uitvaart van Herman Veugelers boven het Obbichts monument aan de Maas een vlucht wilde ganzen werd gesignaleerd. Deze ganzen waren voor hem het symbool voor vrijheid en gerechtigheid. Hij heeft zijn hele leven deze idealen verkondigd. Na de aangrijpende uitvaartdienst in Vrangendael op 31 juli 2000 zong Herman nog eenmaal via de band het lied over zijn leven met als refrein
Laot mich noe mer vertrèkke
Nao det vraemde sjtille lentj
Want zonger mich kènt geer auch bes wal laeve.
Ich zeen 'm dao al wènke op mich aan d'n euverkentj
Om mich eindelijk mien vrae en rös te gaeve
h.v. 1978