door Harrie op den Kamp
uit: Weekblad "De Trompetter"
Vijf en een half uur uur was het nieuwe jaar 2004, oud, toen Math Vleeshouwers, leraar en coördinator van Trevianum in Sittard, schrijver-historicus, in zijn woning te Munstergeleen overleed. Hij werd 61 jaar. Een slopende ziekte heeft hem in acht maanden tijd geveld. Tot het einde toe heeft Math zich verzet tegen het onvermijdelijke, met “een sprankje hoop”, zoals hij het zelf noemde. Bij de kerst- en nieuwjaarswens voor 2004 aan zijn vrienden voegde hij deze goede raad die hem typeerde:
Blief in 2004 nao de leichpuntjes sjpienze.
Nemes van uch zal kreuspelik zitte te kniesje en knotere
en zal ouch neit urges euver zitte te sjnotere.
Eine zónnige kiek op ’t laeve is veur de wieze.
Math was met nog zo veel bezig en had nog zo veel plannen. Machteloos stonden
zijn familie en vele vrienden, collega’s en kennissen de laatste maanden
bij zijn ziekbed en ze konden niet geloven dat zo’n werkzame, actieve,
creatieve en kundige man langzaam het leven moest loslaten.
“Integer” en “bescheiden” zijn eveneens woorden die
op Math van toepassing zijn. Nooit is hij rancuneus geweest, ook als hem onrecht
was aangedaan. Hij ging door met werken in talrijke commissies die zoveel tijd
vroegen. Hij deed dit met veel plezier, vooral om anderen te plezieren. “Gaer
gesjreve en gaer gedaon” , was een vaste uitdrukking van hem.
Zijn verdiensten voor het onderwijs zijn onmiskenbaar. Hij was onderwijzer
in Limbricht vanaf 1963, leraar Nederlands aan de Nic.Beckers Mulo en aan het
Serviamlyceum te Sittard, sinds 1974 coördinator bovenbouw atheneum/gymnasium.
Op Trevianum vierde hij op 31 oktober j.l. zijn veertigjarig onderwijsjubileum.
Hij onthulde toen in de kapel de mozaïek uit het oude Serviam, de school
die hij met zoveel liefde had gediend. Immers Serviam betekent “Ik zal
dienen”. Dienstbaar zijn in alle opzichten. Dat was Math voor zijn school.
Hij deed niet alleen wat zijn werk was, ook voor buiten- klassikale activiteiten
was hij de aangewezen man. Hij bewaakte het niveau en de continuïteit van
de schoolkrant, hij zorgde jarenlang voor een sprankelend motto van de carnavalsgroep:
“mòt kènne”, en was voorzitter van de feestcommissie
bij jubilea en afscheid van collega’s. Hiervoor maakte hij artistieke
foto-albums. Math initieerde “Serviam Musiceert”, waarbij jaarlijks
jonge talenten van de school hun podiumdebuut maakten. Spraakmakend waren zijn
toespraken bij het uitreiken van de eindexamendiploma’s waarbij hij iedere
leerling persoonlijk en humoristisch typeerde. De hele studieloopbaan van iedere
gediplomeerde had hij gevolgd en hij gaf daarvan een uitvoerig en positief verslag.
Ongeveer twintig jaar lang heeft Math stukjes geschreven voor het weekblad
De Trompetter. Iedere week leverde hij een bijdrage voor zijn veel gelezen rubrieken
Stadsbeelden Sittard, Beelden uit Limbricht, Dorp rond drie torens
en Beelden van scholen in Sittard. Deze bijdragen werden later uitgegeven
in boekvorm door de stichting Charles Beltjens. De hoge oplage was altijd snel
uitverkocht. Zijn laatste serie die hij helaas niet heeft kunnen voltooien had
Beelden in Sittard als onderwerp. Hierin beschreef hij enthousiast
en deskundig de talrijke beeldhouwwerken en hun makers die op de Sittardse pleinen
en straten een plaats hebben gekregen. Vooral de kunstenaar Wim Rijvers bewonderde
hij.
Koos Snijders, de vroegere editie-chef Sittard van de Trompetter, reageerde
met verslagenheid op het bericht van het overlijden van Math Vleeshouwers. Hij
noemt hem “ene fijne minsj” met een grote liefde voor de heemkunde.
Vooral de enorme werklust van Math wekte bewondering en soms ook afgunst bij
de mensen in zijn omgeving. Hij verschool zich nooit achter argumenten als “veel
te druk” en “geine tie-et ”. Hij relativeerde zijn eigen prestaties
met “ik werk maar wat in de marge”. Wij weten wel beter. Historici
van naam prezen zijn artikelen als zeer leesbaar en van hoog niveau. De aanpak
en de stijl van de heer Vleeshouwers werd vaker door professoren-geschiedenis
als voorbeeld ter navolging genoemd.
Talloos zijn de verenigingen op historisch en heemkundig gebied waarvoor Math
zich als bestuurslid inzette. Hij was redactiesecretaris van het Historisch
Jaarboek voor het Land van Zwentibold en schreef hierin vanaf 1984 jaarlijks
een uitvoerig artikel over uiteenlopende onderwerpen. Vooral gaf hij veel aandacht
aan zijn geboorteplaats Limbricht en de geschiedenis van het onderwijs. Zijn
laatste artikel in het jaarboek van 2003 handelde over familiebedrijven in Sittard.
Hij was van plan in een volgend deel hiermee verder te gaan.
Voor zijn dood voltooide hij nog een artikel over de legendarische Sittardse
deken Louis Tijssen, over wie hij een interessant archiefstuk had gevonden.
Dit zal in het volgende jaarboek een plaats krijgen. In het decembernummer van
het driemaandelijks tijdschrift Sittards Verleden schreef Math een
eerbetoon aan Willy Dols, de Sittardse taalkundige die in de Tweede Wereldoorlog
omkwam. Hij maakte zich boos over de ophef in de regionale kranten m.b.t de
naamgeving van de Willy Dolsstraat. De media en de goegemeente prefereerden
de voetballer Willy Dullens i.p.v. Willy Dols. Hij schreef: “Succesvolle
sporthelden mogen zich meer verheugen in de volksgunst dan kunstenaars of wetenschapsbeoefenaren”.
De in zijn ogen overdreven belangstelling voor de sport is hiermee voldoende
aangeduid. Overigens was hij steeds aanwezig op de sporttoernooien van zijn
school en fietste hij dagelijks, ook door onweer en met tegenwind, zo nodig
in regenpak, naar zijn school.
Math is gisteren op het feest van Driekoningen begraven op het kerkhof in
de nabijheid van zijn geliefd monumentaal Salviuskerkje en het kasteel van Limbricht.
Voor het behoud en een goede bestemming van beide monumenten heeft hij zich
jarenlang met succes ingezet in de Stichting Oude Salviuskerk Limbricht en de
Stichting Kasteel Limbricht. Dertien jaar lang verzorgde hij met hart en ziel
de muziekprogrammering in het kerkje waarbij artiesten van grote faam optraden.
De programmering van 2004 had hij al rond tot de grote vakantie inclusief de
persberichten.
Math had zitting in het hoofdbestuur van het LGOG en was oud- bestuurslid van
de kring Sittard van het LGOG. Voor de werkgroep Open Monumentendag Sittard-Geleen
publiceerde hij een vijftal zeer populair geworden gidsen langs oude en jonge
monumenten in Sittard en een route langs “Monumentaal Groen in Sittard”.
Indrukwekkend was zijn laatste toespraak, voor de vuistweg, op 13 september
2003 op de binnenplaats van hoeve Vliex te Papenhoven, waarin hij voor een talrijk
publiek wees op het belang van de landelijke bouwkunst in de gemeente Sittard-Geleen.
Tenslotte noemen we zijn bestuurslidmaatschap van de Stichting Historie Sittard,
de Stichting Monografieën uit het land van Sittard, de Stichting Charles
Beltjens en de Prof.dr. Timmersstichting.
Math had een grote liefde voor het dialect . Hij maakte teksten voor de Kerkelijke
Vieringen van Veldeke Sittard en schreef voor de laatste kerstviering in het
Salviuskerkje het verhaal De Sjtraol. Veel activiteiten zijn nog niet
genoemd. In diverse historische periodieken zullen in de komende tijd nog een
aantal aspecten van het leven en werk van deze beminnelijke en serieuze man
belicht worden. Daarin zal ook genoemd worden het bijna voltooide werk over
de geschiedenis van het ziekenhuis “De Goddelijke Voorzienigheid te Sittard”
en de waardering die Math had voor het vele werk van de kloosterzusters in de
gezondheidszorg en het onderwijs. Helaas heeft hij niet meer mee kunnen werken
aan een boek over de geschiedenis van de Technische School “ Pastoor Jacobs”.
Voor zijn vele verdiensten en grote belangeloze inzet op velerlei terrein werd de heer Vleeshouwers in 1998 benoemd tot ridder in de orde van Oranje-Nassau, een onderscheiding die hij zeer waardeerde. De oorkonde kreeg een mooie plaats aan de wand van de eetkamer.
Het overlijden van Math Vleeshouwers is niet alleen een enorm verlies voor
zijn gezin en familie; ook binnen de kring van de Limburgse en Sittardse historici
is deze sympathieke mens en onuitputtelijke kennisbron en inspirator van velen,
in feite onmisbaar. Wij zullen pogen in zijn geest verder te werken, in de wetenschap
dat het zonder Math Vleeshouwers een stuk moeizamer zal gaan.
Wij troosten ons met de zekerheid dat zijn nalatenschap in vele opzichten rijk
en voorbeeldig is.